geweldloosheid, Spiritualiteit, verbondenheid

Christelijk geloof als filosofie (deel 4): technologie

Worstel jij soms ook met je eigen gedrag op sociale media? En kan je dat gedrag dan weinig ‘spiritueel’ noemen? Spiritualiteit en technologie worden onder andere om die reden als twee tegengestelden gezien. Terwijl spiritualiteit staat voor zelfkennis, contemplatie, rust, standvastigheid, … is technologie per definitie innovatief, prestatiegericht, manipulatief, … Dus wat heeft spiritualiteit met technologie te maken? Meer dan je denkt! Laat mij je even door de geschiedenis van de Ultrareformatie nemen, om je te tonen hoe beiden elkaar kunnen beïnvloeden. En misschien kunnen we er nog interessante persoonlijke lessen uit trekken.

Christelijk geloof: een technologische traditie
Het christelijk geloof is een door en door technologische traditie. Klinkt vreemd, maar laten we even onszelf herinneren dat wat vroeger innovatief heette, nu tot het dagelijkse leven behoort. En technologische innovaties hebben de christelijke tradities tot in het hart beïnvloed. Wie christelijk geloof zegt, zegt bijbel. De bijbel is echter pas ontstaan in de 4e eeuw. De eeuwen daarvoor maakten christenen gebruik van de goedkope technologie van het papyrus om duurzame evangelies te schrijven, maar evengoed om brieven te versturen. Die brieven maakte de Jezusbeweging als missionaire beweging mogelijk.

Rond de 4e eeuw werd de codex uitgevonden. De codex, of zoals we het nu noemen: boek, heeft grote voordelen ten opzichte van de boekrol. Het is gemakkelijker te raadplegen, door haar vorm gemakkelijker te stapelen, en door haar materiaal (perkament i.p.v. papyrus) veel duurzamer. Ook duurder. Het maakte de droom van een eengemaakte canon mogelijk (enfin, er zijn eigenlijk minstens 12 bijbelcanons, maar dat blijft onder ons – knipoogemoticon en al). De hoge arbeidskost, de religieuze aard van het beok en de grote vraag ernaar zullen ertoe leiden dat gespecialiseerde, clericale schrijvers zich over de productie zullen buigen.

In de 16e eeuw zal er hier, door het opkomen van de boekdrukkunst, een einde aan komen. De Reformatie was niet de eerste poging tot hervorming van de westerse kerk, maar door de snelle productie van gedrukte bijbels zal deze Reformatie levensvatbaar worden. Je kan de impact van de drukkunst vergelijken met dat van het internet. Hoogopgeleide en goed belezen leken specialiseerden zich in de nieuwe technologie en gingen met hun eigen expertise aan de slag. De productie, evenals de interpretatie, van het werk werd sterk gedecentraliseerd. De belangrijkste innovatie van dat moment was: de bijbelvers. We kunnen er niet meer zonder. En de relatie tussen bijbel en gelovige was – weer eens – definitief veranderd. Niet meer het Woord dat in mij opkomt en ik per brief verzend, niet meer het magische Schrift waar enkel priesters en monniken toegang tot hadden, maar het grote naslagwerk waar ik mijn theologische standpunten stevig op kan beargumenteren.

Amish, Shakers en Quakers
De kleinere bewegingen van de Ultrareformatie hebben geen bijzondere invloed gehad op de ontwikkeling van de bijbel. Waarschijnlijk waren ze- en zijn ze nog steeds- te klein om eigen drukkerijen op te starten. Naar mijn ervaring binnen de quakerbeweging wordt er gewoon de literatuur gebruikt dat voorhanden is. Maar de energie en tijd die deze bewegingen niet in theologische en exegetische debatten staken, konden ze in meer dagelijkse praktijken investeren. En sommigen onder hen zijn er zelfs beroemd om geworden.

Het is een algemeen misverstand dat Amish tegen technologie zouden zijn. Het beeld van paard en kar domineert zo hard ons voorstellingsvermogen, dat we haast vergeten dat er verschillende standpunten hierover bestaan reeds binnen de Amishgemeenschap. Dat er verschillende standpunten bestaan over het gebruik van de wagen, mag ons vertellen dat er eigenlijk een levendige discussie gaande is. Amish zijn niet zo zeer tegen technologie, maar zijn zich er wel zeer hard van bewust dat technologie onze relaties beïnvloeden. Als iedereen een telefoon in huis heeft, dan zullen we minder snel naar onze buren gaan. Als we onze huizen met hijskranen zullen bouwen, dan zal de dorpsgemeenschap zich niet meer verzamelen om het huis van een nieuw gezin op te trekken. Amish kiezen ervoor om bewust technologie in te zetten. De telefoon zal niet geweerd worden, maar er zal bijvoorbeeld één publieke telefoon aan de rand van het dorp komen. Op die manier kan kan men er in noodgevallen gebruik van maken zonder dat het ons lui maakt in onze persoonlijke relaties.

Technologie bepaalt niet alleen je relatie met je buren maar ook je relatie met God. Dat was althans de overtuiging van de Shakers. Deze beweging, voortgekomen uit de Quakerbeweging, omarmde technologische innovatie juist als ondersteuning van de spiritualiteit. In de eerste plaats zochten ze naar aandacht in arbeid. Dit resulteerde in een eenvoudige perfectie in schrijnwerk en meubelmakerij. Hiermee creëerden ze een interieurstijl die nog steeds het oog van de westerse consument weet te betoveren. Maar die perfectie werd ook ondersteund door eigen innovaties. Ze maakten kapstokken aan de muren waar kaarsen op hoogte konden worden gehangen om de lichtsterkte te bepalen. En aan diezelfde kapstokken konden de stoelen worden opgehangen om de vloer te kuisen. Hun innovaties vergemakkelijkten het werk en creëerden meer vrije tijd, tijd dat ze aan spirituele oefeningen konden wijden. Het zal je misschien verbazen, maar de wasmachine is eigenlijk een Shaker uitvinding. Efficiëntie, innovatie, gebruiksgemak en creatie van vrije tijd staan nu centraal in de hedendaagse consumptietechnologie, maar brachten in de 18e eeuw de Shakers ook net iets dichter bij God.

In diezelfde 17e en 18e eeuw zal er een nieuwe innovatie in de communicatie- technologie plaatsvinden: het goedkope papier. Deze industriële innovatie zal voor de Quakerbeweging van groot belang zijn. De Quakers begonnen weer, naar voorbeeld van de eerste christenen, brieven naar elkaar te schrijven. In hun organisatiestructuur zal de bussiness meeting haar verslagen in minutes noteren die leidinggevend zullen zijn voor de lokale gemeenschappen. Ledenlijsten werden aangemaakt. Jaarlijkse ontmoetingen zullen hun Faith and Practice en Advices and Queries elke generatie weer kunnen herbekijken. Kortom, door het goedkope papier werd het voor de Quakers mogelijk om hun eigen beweging als een open source te organiseren. Daarnaast werd het persoonlijke dagboek een belangrijk instrument tot spirituele reflectie. Er ontstond zelfs het levendige gebruik om bij het overlijden van een Quaker, het persoonlijke dagboek te openen en op zoek te gaan naar inspirerende inzichten. Sommige van deze dagboekfragmenten zijn nog steeds opgenomen in de Faith and Practice en Advices and Queries.

Op dit moment is de Quakerbeweging verspreid over de hele wereld en wordt ze nog steeds ondersteund door haar traditie van onderlinge communicatie en reizen. In mei komen de Jaarlijkse Ontmoetingen er weer aan, en het is bijzonder te zien dat op iedere regionale bijeenkomst er afgevaardigden zijn van soms wel duizenden kilometers ver, ieder met een eigen brief gericht van de ene gemeenschap aan de andere. Het mag ons dus niet verbazen dat de Quaker beweging de innovaties van het internet heeft omarmd. Groepen op facebook brengen individuen van de VS in contact met leden uit Afrika, websites bieden materiaal en info aan. Persoonlijke blogs, youtubekanalen en online tijdschriften verspreiden info. Historische literatuur die voor commerciële uitgeverijen oninteressant zijn worden open source aangeboden. Meer gespecialiseerde theologische, exegetische en historische bronnen die aan de academische faculteiten van de grote denominaties geen toegang krijgen worden door individuen open source aangeboden. Er worden online cursussen georganiseerd en wie te ver woont of fysiek niet meer mobiel is kan zelfs op eenvoudige en goedkope wijze (lees: gratis) online een meeting bijwonen.

Is technologie neutraal?
Met dit kleine overzicht dringt de vraag zich op: is technologie neutraal? Moeten we ons zorgen maken over onze spirituele gezondheid, of kunnen we technologie gebruiken ten voordele van onze eigen spirituele ontwikkeling? Hedendaagse technologiefilosofen zijn het er meer en meer over eens dat nieuwe technologieën een script dragen. Wie een smartphone heeft, is bijvoorbeeld sneller geneigd om zijn of haar mails te checken. Dit betekent niet dat het gedrag van die persoon door haar of zijn smartphone wordt gedomineerd of zelfs gedetermineerd. Net zoals een spel biedt nieuwe technologie een aantal mogelijkheden – regels- waarop en waarin je kan reageren. Iemand zonder smartphone heeft niet de mogelijkheid om de mails te checken. Iemand met smartphone heeft die mogelijkheid wel, en moet er dus op reageren door keuzes te maken.

De Nederlandse zorgethicus Gert Olthuis heeft een zeer bruikbaar analyseschema gemaakt om de invloed van nieuwe geïmplementeerde technologie op bestaande relaties in beeld te brengen. Hij onderscheidt in een technologisch script drie filosofische vragen of denkbeelden:

  • Wat is een mens? Technologie onderstelt fysische en psychische eigenschappen en behoeften van een mens. Het wil behoeften invullen maar vooronderstelt ook een bepaald belang van menselijke aspecten. De uitvinding van de lopende band vooronderstelt bijvoorbeeld dat ambacht van ondergeschikt belang is in menselijke arbeid.
  • Wat is het goede leven? Technologie wil ons met iets helpen, en is daarmee verbonden aan een droom, een utopie of een idee van geluk of volmaaktheid. Moderne communicatietechnologie vooronderstelt bijvoorbeeld dat we altijd en overal bereikbaar moeten zijn. Ver moeten we niet zoeken om dit te weten te komen. De idee van het goede leven worden vaak expliciet in de reclameboodschappen vermeld en is hét verkoopargument bij uitstek.
  •  Wat is verantwoordelijkheid? Gert Olthuis werkt in de context van de zorgsector. Nieuwe medische apps laten toe huiduitslagen te identificeren, en zetten daarbij de wereld van de medische verantwoordelijkheid op haar kop. Diagnosticeren is niet meer het alleenrecht van de arts, maar wordt ook mogelijk in huis- en tuingebruik. Wie draagt de eindverantwoordelijkheid: de gebruiker, de producent of toch nog steeds de arts? Gelijkaardige vraagstukken doen zich in de context van fairtrade, milieu-impact, digitalisering, etc.

Deze drie filosofische domeinen zullen op elkaar ingrijpen en ultiem de relaties waar je technologie binnenbrengt gaan bepalen. Daar komen ze voor Gert Olthuis samen in de laatste filosofische vraag: Wat is goede zorg? Net als technologie bestaat zorg uit concrete relaties ingebed in waarden, gebruiken en wereldbeelden. Zorg is nooit neutraal. In de context van spiritualiteit zullen we rekening moeten houden met deze drie zorgrelaties: zorg om jezelf, zorg om anderen en zorg om het heilige.

Technologie: ook een theologisch vraagstuk?
(Wie niet geïnteresseerd is in theologie kan dit even overslaan. Korneel, dit is speciaal voor jou)
Technologie is niet neutraal. Technologie staat ook niet op zich. De keren dat er technologie op zelfstandige basis wordt ontwikkeld – technologie om de technologie- is eerder beperkt. Professoren als Barabas en Gobelein opereren veelal in hun eigen fictieve laboratiora. Echte technologen zijn op zich beïnvloed door de cultuur waarin ze leven, en producenten houden uiteraard ook rekening met de ‘vermarktbaarheid’ van het ontwikkelde product. Het spreekt dus voor zich dat het script van een technologische innovatie niet op zich staat, maar veelal uitdrukking geeft aan een cultureel ideaalbeeld -zo je wil een culturele ideologie.

Het is binnen die context dat een vriend van me, een bevrijdingstheologisch geïnspireerde moslim, me de vraag stelde welk theologische houding je kan innemen tegenover technologie. Doorgaans zullen bevrijdingstheologen oordelen dat het kapitalisme geld en winst als de hoogste waarden poneren. In de lijn van de evangelies en het Oude Testament oordelen ze dat ‘je niet God én de Mammon’ (Mat. 6: 24) kan dienen (ter verduidelijking: de Mammon is de god van rijkdom, de god van het geld). Ze roepen hier dus een theologische regel in die fundamenteel is voor alle Abrahamitische godsdiensten: er is één God. In die zin verstaan ze hun tradities ook als tradities waar YHWH (of Vader of Allah) rechtvaardigheid om de armen vraagt. In die lijn ziet mijn vriend moderne consumptietechnologie als wéér een manier om de machten van het geld te demonstreren. Het geld is geen werkelijke god, maar doet wel alle moeite om op een echte god te lijken. Doorheen de technologie verklaart het ons het paradijs op aarde te verwezenlijken. Maar de reus staat op lemen voeten, want ondertussen ondergraaft diezelfde technologiegod de reële fundamenten van ons bestaan: ecologie, samenleving en arbeid.

Zijn analyse komt er dus op neer dat technologie een valse god is en Abrahamitische gelovigen in de eerste plaats geroepen zijn om geen valse goden te dienen. Dit stelt hem, net als Amish, Shakers en Quakers  voor het praktische probleem: waar trek je de grens? Er is echter nog een tweede mogelijk theologisch standpunt dat bevrijdingstheologen vaak over het hoofd zien. Het is minder temperamentvol, maar radicaliteit mag niet met temperament verward worden. In 1 Korinthiërs 8 behandelt Paulus exact dit probleem: mogen gelovigen vlees eten dat aan afgoden is opgedragen? Hij oordeelt juist dat wie hierom dit vlees niet eet, te veel realiteit aan deze goden toekent. En ook in hetzelfde Matheüsevangelie zien we een gelijkaardig standpunt. In de vraag of we belastingen moeten betalen omdat het portret van Caesar op de munten staat (ter verduidelijking: de caesar werd op dat moment ook letterlijk als god op aarde vereerd), was het antwoord van Jezus: ‘Geef aan Caesar wat aan Caesar toebehoort, en aan God wat God toebehoort.’ (Mat. 22:15-22)

Ik denk dat dit tweede theologische standpunt ook haar relevantie heeft voor iedereen die maatschappijkritisch wil nadenken. Geef de machten van geld en technologie niet te veel krediet. Het zijn valse machten, en onrechtvaardigheid heeft geen reële basis. Het zal verdwijnen, en wij hebben daar invloed op. Zoals Tolstoj aan Gandhi schreef: geweld is voor een groot deel een kwestie van geloof. Geweld werkt in de eerste plaats omdat wij denken dat het werkt. En ook vanuit cultuurfilosofisch standpunt zouden we kunnen vragen om relativering: er is nooit één dominante ideologie aanwezig. Cultuur wordt steeds gemaakt door verschillende discours. Zo lang industrie bestaat, bestaat er ook een cultuur die technologie op een bewuste manier wil inzetten. Arts and Crafts, utopisch socialisme, biologische landbouw, Tiny Houses, … het zou me te ver brengen om hier een volledige opsomming te maken.

Vanuit de principes van het quakerisme zou ik het volgende algemene standpunt formuleren. De allereerste inspiratie van de Quakerbeweging is om in ieder persoon ‘dat van God’ te zoeken. Orthodoxe theologen – en in die zin zijn bevrijdingstheologen zeer orthodox- zijn snel geneigd om te concluderen dat wat geen recht doet aan God, ook geen recht doet aan de mens. Zij hebben vaak de hulp van vrijzinnige theologen nodig om hen eraan te herinneren dat die weg ook omgekeerd geldt: en wat geen recht doet aan de mens, doet geen recht aan God. Het is niet onbelangrijk om bevrijdingstheologen hier steeds aan te herinneren, gezien ze het gevaar lopen impliciet totalitaire geloofsstructuren te legitimeren. We herinneren dus eigenlijk aan waar alle Abrahamitische tradities in hun allereerste verhaal aan herinneren: de mens is gemaakt naar het beeld van God.

Vanuit dit eerste principe volgen voor quakers de grote getuigenissen van geweldloosheid, gelijkheid, eenvoud en integriteit. Eén van de oudste queries in het quakerisme luidt: Hou ik een levensstijl aan die geen aanleiding geeft tot oorlog of geweld op anderen? Ik denk dat deze vraag nog steeds een centrale rol speelt in de vraag naar technologie. Worden oorlogen niet vaak gevochten om oliebelangen? Heeft onze voedselindustrie geen immense impact op de ecologie? Ontstaat er in de marge van de oorlog geen nieuwe vormen van slavernij? Slaven die de ertsen ontginnen waarvan onze gsm’s zijn gemaakt? Geven onze sociale media geen aanleiding op polarisering? Verlies ik mezelf niet constant in gewelddadige communicatie op het net? Zet ik mezelf en anderen niet onder tijdsdruk door het gebruik van ‘efficiënte’ communicatiemiddelen? We kunnen zowel het technologisch systeem als ons eigen gebruik ervan op deze getuigenissen afwegen, en meer gebruik maken van open source media, ecologische technologie, fairtrade producten, en ook mondelijk en actief getuigen van deze waarden om zo tot een geweldloze, profetische tegenbeweging te komen.

Een vuistregel voor het gebruik van communicatietechnologie?
Om af te ronden wil ik eindigen waar ik begonnen ben: stress op sociale media. Tijdens het schrijven heb ik me afgevraagd of we ook niet tot een vuistregel kunnen komen om op een geweldloze manier met communicatietechnologie om te gaan. Als je het analyseschema van Gert Olthuis gebruikt, zal je wel merken dat het niet volstaat om de regels van persoon-tot-persoon geweldloze communicatie te gebruiken op het net. We moeten ons bewust zijn van het achterliggend script van de technologie die we gebruiken. En dat verschilt van telefoon, email, twitter, smartphone, gsm, blogs, facebook, etc. Is er een soort gouden regel waarbij we de impact van deze technologieën op relaties goed kunnen inschatten en respecteren?

Ik ben zelf tot drie vaststellingen gekomen over communicatietechnologie:
(1) De anonimiteitsregel: Hoe onzichtbaarder de persoon, des te sneller de regels van geweldloze communicatie overboord gaan.
(2) De efficiëntieparadox: hoe ‘efficiënter’ media is, des te trager en gecompliceerder het feitelijk overlegproces doorgaans verloopt.
(3) Het subjectieve stresseffect: hoe ‘efficiënter’ het medium, des te meer tijdsdruk en noodzaak we voelen om te reageren. En als het subjectieve gevoel van tijd en noodzaak toenemen, dan neemt ook het risico op gewelddadige communicatie toe.

Ik heb me laten inspireren door de regel van voedselconsumptie: wat kan koop je lokaal, daarna koop je fairtrade en wat je niet fairtrade kan krijgen koop je biologisch. Op gelijkaardige wijze zou ik willen suggereren:

  1. Wat kan, zeg je persoonlijk (face to face)
  2. Daarna zorg je dat je een mond kan horen of zien spreken (telefoongesprek of lifestream)
  3. Wat je niet in een gesprek kan zeggen, doe je in een uitgebreide mail. (Behandel die mail als een brief, zorg dat de uitwisseling zo kort mogelijk is. Vermeld altijd je gsm- of telefoon-nummer als de informatieuitwisseling ingewikkeld durft te worden)
  4. Verkies trage sociale media (blogs) boven snelle sociale media (chat, facebook, twitter, …)
  5. Als je snelle media gebruikt, hou in het achterhoofd dat je niet moét reageren. Laat je niet provoceren en provoceer zelf niet. Laat alles door drie zeven gaan: Is wat je zegt waar? Als het niet waar is, is het dan goed? Als het niet goed is, is het dan misschien noodzakelijk? Post dit desnoods als een reminder ergens op je eigen profiel.
  6. Er is altijd tijd. Aarzel niet om steeds terug te grijpen naar de voorgaande optie. En wie weet kom je van stap 5 binnenkort weer sneller naar stap 1.

 

Standard
Spiritualiteit, verbondenheid, waarheid

Christelijk geloof als filosofie (deel 3): opvoeding

De afgelopen negen jaar heb ik als leraar gewerkt. Hoewel ik geen kinderen heb, houdt opvoeding me dus sterk bezig. Nu ik ook op een leeftijd ben gekomen dat mijn generatie aan eigen kinderen begint, merk ik dat levensbeschouwelijke opvoeding de geesten sterk bezighoudt. Meerdere malen per jaar domineert het onderwerp ook het maatschappelijk debat over onderwijs.

Hoewel ouders hun kinderen ‘neutraal’ willen opvoeden, willen ze anderzijds toch ook een ‘bewuste’ opvoeding geven.  Dit is een interessant spanningsveld waar de quakertraditie een bijzondere antwoord op kan geven. In tegenstelling tot andere religieuze en spirituele tradities, kent het quakerisme geen rituelen om kinderen in de gemeenschap op te nemen. Lidmaatschap is de bewuste keuze van volwassenen. Daarnaast kent het quakerisme ook geen catechismus, dogma’s of andere voorgeschreven geloofswaarheden. In vele opzichten is het quakerisme al langdurig met dezelfde ideeën aan het experimenteren als hedendaagse ouders. In de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en vele andere landen zijn er meerdere quakerscholen die in hoog aanzien staan en deze spirituele opvoedingswaarden, elk op hun eigen manier, in een pedagogie hebben omgezet. Ik wil deze quaker pedagogie hier in grote lijnen bespreken. En wie weet haal je er zelf als ouder wat inspiratie uit voor de opvoeding van je kind.

Drie modellen van onderwijs
Ik wil het onderwijs even als een vergrootglas op opvoeding gebruiken. Uiteraard valt er heel wat te vertellen over opvoeding binnen gezinnen. Maar de individuele opvoedingsstijlen verschillen eens zo hard tussen gezinnen als tussen scholen. In een schoolse context worden waarden en methoden duidelijker zichtbaar. Daarom wil ik even concentreren op het onderwijs.

Binnen het onderwijsdebat hebben we grofweg twee standpunten. De eerste staat een neutraal onderwijs voor. En dit kan in verschillende variaties komen. Ofwel staat men pluralistisch onderwijs voor zoals in het GO!, ofwel wordt het levensbeschouwelijk vak vervangen door een vak ‘burgerschap’. Het tweede model staat levensbeschouwelijk onderwijs voor. Dit wordt dan ingevuld als een geheelpakket: de school heeft een uitgesproken levensbeschouwelijke identiteit, er worden vieringen en bezinningen georganiseerd en er is één verplicht levensbeschouwelijk vak.

De quakerscholen volgen een derde model. In Vlaanderen kennen we een gelijkaardig voorbeeld in de Steinerscholen. De Steinerscholen hebben een uitgesproken identiteit, pedagogie en methode, maar de leerlingen krijgen geen vak ‘antroposofie’. Veel eerder wordt de antroposofie er voorgeleefd en in een pedagogische methode omgezet. Op gelijkaardige wijze richten quakerscholen hun opvoeding in met het quakerisme als achterliggende filosofie. Quakers geloven dat je manier van leven moet getuigen van je spiritualiteit en dat in je opvoeding je het geloof moet voor-leven aan je kinderen. In consequentie worden leerlingen in een quakerschool wel geconfronteerd met de waarden van het quakerisme, maar moeten ze vaak geen godsdienstonderricht volgen. Desalniettemin weten de kinderen zeer goed wat quakerisme is zonder dat ze zich ertoe moeten bekeren. Hoe gaat dit in zijn werk?

Quakerscholen in de praktijk
De allereerste basis van het quakerisme is zoeken naar ‘dat van God‘ in iedereen. Atheïstische en andersgelovige leerkrachten en leerlingen vertalen dit als zoeken naar het goede in iedereen. En op die manier wordt dit ook in de onderwijspraktijk vertaalt. In een quakerschool gaat men op zoek naar de kwaliteiten van de leerling en probeert men die te versterken. En leerlingen worden in de eerste plaats vertrouwd en niet gewantrouwd. Daarnaast beantwoordt de schoolvisie aan de SPICES, de centrale quakerwaarden. SPICES is een acroniem dat staat voor: Simplicity (eenvoud), Peace (vrede), Integrity (integriteit), Community (gemeenschap), Equality (gelijkheid) en Stewardship (‘rentmeesterschap’, d.i. ecologie).

In een quakerschool vertrekt men vanuit de gelijkheid tussen leraar en leerling. Dit betekent niet dat de leraar geen autoriteit heeft of niet zelfstandig kan oordelen over zijn of haar leerlingen. In dat opzicht is er geen verschil met andere onderwijssystemen. Maar de leraar wordt wel met de voornaam aangesproken. Dit verlaagt de drempel aanzienlijk en maakt de leraar aanspreekbaar.

Inspraak is een belangrijke praktische consequentie van de waarden gemeenschap en gelijkheid. Quakergemeenschappen hebben een ‘bussiness meeting’ waarin praktische, organisatorische zaken in consensus worden besproken en beslist. Quaker scholen hebben ook hun bussiness meeting. Leraren, leerlingen en directieleden bespreken er samen en op voet van gelijkheid belangrijke beslissingen in het schoolleven.

Afhankelijk van de school zal er dagelijks, wekelijks of maandelijks een stille ontmoeting zijn. Dit kan op schoolniveau of in klasverband, en afhankelijk van de groep en de leeftijd duurt dit een kwartier, een half uur of drie kwartier. Net als in een quaker bijeenkomst wordt er stilte gemaakt en wie zich bewogen voelt mag rechtstaan en spreken. Lagere schoolkinderen zullen gevoelens delen over de dood van een goudvis, terwijl tieners meer uit hun leefwereld zullen spreken. Op die manier leren de kinderen niet alleen de waarden van introspectie en verstilling, maar ook van verbindende communicatie.

Doorgaans wordt er geen levensbeschouwelijk vak georganiseerd. Wat in de plaats ervan komt, verschilt van school tot school. Eén model vervangt het vak door vergelijkende godsdienststudies. Binnen het quakerisme leeft de opvatting dat het christelijk geloof geen exclusieve bron van spiritualiteit is. Vergelijkende godsdienststudies liggen dan in de lijn van de verwachtingen. Een ander interessant model legt de nadruk op ‘getuigenis’. Vanuit de persoonlijke bewogenheid moeten waarden handen en voeten krijgen. In een vak ‘actief burgerschap‘ worden leerlingen uitgedaagd hun eigen mening te vormen over een actueel onderwerp en hierover een campagne op te zetten. De quakergemeenschap in de VS organiseert een nationale dag van campagne om de scholen hierin te ondersteunen. De leerlingen en studenten trekken dan gezamenlijk naar Washington om met hun eigen senatoren te praten over milieu, homorechten, wapenindustrie, …

Ten laatste staat een quakerschool bewust in de gemeenschap. Samen met de leerlingen gaat de school aan de slag om de samenleving in de eigen omgeving te ondersteunen. Er wordt samengewerkt met sociale organisaties om kansarmoede aan te pakken en de leerlingen worden aangemoedigd om milieubewustzijn in de eigen omgeving tot praktijk te brengen.

Twee soorten ‘getuigenissen’
Het woord is al een paar keer gevallen: getuigenissen. Ook in het Vlaamse levensbeschouwelijk onderwijsdebat neemt dit begrip een centrale plaats in. Katholieke scholen willen immers ‘getuigen’ van hun christelijke identiteit. In het gebruik van het begrip ‘getuigenis’ kan je zeer helder het verschil zien tussen een katholieke school en een quaker school. Getuigen en getuigen is twee. In het katholieke onderwijssysteem worden de twee buitenste lagen van de persoonlijkheid aangesproken. De buitenste laag is de identiteit. je identiteit is hoe je jezelf toont aan de buitenwereld, je hobby’s, je werk, de plaats waar je woont, je levensbeschouwelijke identiteit. Daaronder ligt de persoonlijkheid. Tot je persoonlijkheid behoren je vaardigheden, je ervaringen en je kennis. Als het katholiek onderwijs écht slaagt in haar pedagogische visie, dan kan ze de leerlingen ook nog wat kennis en vaardigheden meebrengen in verband met levensbeschouwelijk en sociaal engagement. De quakergetuigenis begint met die tweede laag, maar verankert ze niet in de buitenste laag (identiteit) maar in de binnenste lagen: karakter, temperament en uiteindelijk je diepste zijnswezen. Quakeronderwijs is erop gericht dat doorheen de stiltemomenten de leerlingen zich weten te verdiepen en verbinden in die diepste ervaring van zijn.

Wat kunnen we leren van een quakeropvoeding?
Een ‘neutrale’ opvoeding hoeft nog niet meteen een levensbeschouwingsvrije opvoeding te zijn. Een open opvoeding hoeft nog niet meteen te betekenen dat je kinderen geen enkele reflectie, traditie of spiritualiteit zou meegeven. Een waardevrije opvoeding is eigenlijk onmogelijk. Een echt waardevrije opvoeding zou betekenen dat je je kinderen willekeurig zou straffen of belonen, los van elk moreel oordeel. Een echt waardevrije opvoeding zou gelijkstaan aan kindermishandeling. Hetzelfde geldt ook voor wereld- en mensbeeld: een opvoeding kan niet zonder. Daarom kan je jezelf als leraar, opvoeder of ouder je beter van bewust zijn dat je overtuigingen hebt. Maar daar stopt het niet mee. De quakerscholen hebben mij de volgende twee nieuwe inzichten bijgebracht:

  1. Opvoeding moet niet ertoe dienen dat je de identiteit van een kind bepaald. Het moet er wel toe dienen dat het kind een stevig fundament in de persoonlijke ontwikkeling krijgt. Dat kan alleen als we het op een veilige manier laten afdalen naar die fundamenten van het zijn. Een goede opvoeding vooronderstelt naast normen en waarden nog meer: spiritualiteit.
  2. Een neutrale en open opvoeding toont zich niet in de 18 jaren voor volwassenheid, maar in de jaren die erop volgen. Als je zelf als leraar, ouder, opvoeder blij kan zijn met de levensbeschouwelijke keuzes die het kind als volwassene maakt, zonder op dat moment een oordeel te vellen – zelfs als het jou keuze niet is – dan pas heb je een oprecht neutrale/open opvoeding gegeven. De kwaliteit van de opvoeding zie je aan de kwaliteit van de opvoeder.
Standard
Eenvoud, geweldloosheid, verbondenheid

Christelijk geloof als filosofie (deel 2): Je bent wat je eet

Op 28 februari mag ik deelnemen aan een panelgesprek over vegetarisme. Het project ‘Vegie=Halal’ wordt er die avond gelanceerd, en men heeft mij gevraagd om vegetarisme vanuit een christelijk perspectief te bespreken. Een bijzonder mooie uitnodiging waar ik graag op in wil gaan. Mijn vegetarisme is gegroeid uit een dialoog met moslims, joden en atheïsten. En hoewel ik al langer vegetariër dan quaker ben, wordt het één toch wel door het ander versterkt. Ik wil hier dus een kleine vingeroefening houden naar aanleiding van het panelgesprek. En hopelijk kan ik andere quakers en christenen wat aan het denken zetten.

Hoe het allemaal voor mij begon
Zo’n tien jaar geleden ben ik naar Gent verhuisd en heb ik voor het eerst een grote moslimgemeenschap ontmoet. het enthousiasme waarmee moslims massaal deelnemen aan de vasten tijdens de Ramadan maakte indruk op me. Vanuit het katholicisme is me weinig meegegeven over het vasten. In een sterk verwaterde versie is er ons door priesters en leraren vertelt dat hedendaagse gelovige christenen vooral minder tv kijken of minder snoepen. In realiteit zag ik vooral dat hedendaagse katholieken minder vasten en minder weten over het vasten.

Een kleine duik in de vastentradities vertelde me dat er in het katholiek jaar eigenlijk twee vastenperiodes zijn: de advent en de 40-dagentijd. Daarnaast werd er traditioneel ook gevast op woensdagen, vrijdagen en zaterdagen. Tijdens deze vasten eet men geen vlees. Ik heb me toen verdiept in de betekenis van kerstmis en Pasen, en ontdekte dat deze feesten samenhangen met het wisselen van de seizoenen. De natuur is overigens ook een vindplek voor spiritualiteit voor vele christelijke mystici. De bekendste is natuurlijk Franciscus van Assisi, maar hij was geen uitzondering. Ik heb toen ook vernomen dat seculiere vegetariërs ook om ecologische redenen vlees laten staan. Voor mij was het nog veel te vroeg om vlees te laten, maar ik kon het ecologisch argument wel verstaan. Ik heb voor mezelf de puntjes met elkaar verbonden en besloten me eens aan de traditionele vastenvoorschriften te houden. het was enorm wennen om 40 dagen geen vlees te eten. Maar na drie weken was het toch een gewoonte geworden. Dit sterkte me om de rest van het jaar drie dagen per week geen vlees te eten.

Ik had het nog moeilijk om vis te laten. Ik zag het argument van de CO2-uitstoot niet werken en ik kon me moeilijk inbeelden dat vissen op gelijkaardige wijze pijn zouden lijden. Tot ik het boek ‘Dieren eten‘ van Jonathan Safran Foer las. Bijvangst werd voor mij een reden om ook wat moeite te doen op vis. Na een aantal jaren op zeer geregelde tijdstippen geen vlees te eten, kocht ik voor het gemak geen vlees of vis meer en at ik het enkel als ik op restaurant ga. Dat was ook een soort van respect voor het product: als je het dan eet, zorg dat het dan ook héél lekker is. En ook dat is dan beginnen te verwateren. Want als je dan al eens vegetarisch eet op restaurant, merk je dat de groentjes ook héél lekker zijn! En na een paar jaar was ik dus 99% vegetariër. Inderdaad, één keer per jaar eet ik nog wel eens vlees of vis. Maar dat wil ik mezelf wel vergeven. Mijn motto: beter inconsequent goed dan consequent slecht.

Vegetarisme in christelijke traditie
Het vegetarisme is nooit dé meerderheidscultuur geweest in het christelijk geloof, maar het is wel altijd aanwezig geweest. In de Brief aan de Romeinen van Paulus vinden we al een vermelding van de discussie tussen vegetariërs en vleeseters. De woestijnvaders van de eerste eeuwen leven een sober leven van onthechting en versterving van het ego. En ook zij aten geen vlees. Zij werden hiervoor geapprecieerd door de andere christenen. Zodanig dat in de komende eeuwen woestijnvaders en andere kluizenaars door de christelijke gemeenschappen zullen worden uitgenodigd om bisschop te worden. Dit is overigens nog steeds de traditie in de orthodoxe kerken. En deze bisschoppen zullen hiervan gebruik maken om hun ascetische oefeningen te populariseren onder de christenen. Hieruit ontstaan de uitgebreide vastenkalenders van de katholieke en orthodoxe kerken. En in die vastenperiodes dus niet alleen spirituele oefeningen maar ook: een vegetarisch dieet. Sindsdien is vegetarisme eigenlijk nooit echt weggeweest in de christelijke tradities. De meeste katholieke bedel- en kluizenaarsordes leven op een vegetarisch dieet. In het protestantisme zal met de kloosterordes het vegetarisme even verdwijnen. Maar vanaf de 19e eeuw zal het juist vanuit die kleine kerken hernieuwde aandacht krijgen. De nu seculiere Vegetarian Society is begin 19e eeuw ontstaan vanuit de Bible Christian Church. Vele christen-anarchisten zoals Tolstoj zullen vanuit het levensideaal van compassie een vegetarisch dieet volgen.

Het verschil met seculier vegetarisme
Het belangrijkste verschil tussen seculier en christelijk geïnspireerd vegetarisme ligt in het ‘utilitair’ argument. Veel seculiere vegetariërs vertrekken vanuit de ethisch theorie van het utilitarisme: moreel goed is wat bijdraagt tot het grootste geluk voor het grootste aantal. Geluk is dus hét na te streven doel in het leven. En dieren eten draagt niet echt bij tot het geluk van dieren, uiteraard. In de abrahamitische godsdiensten zijn geluk en zin geen synoniemen. Het lijden heeft een eigen plaats in het leven. In zeker opzicht kunnen we ook maar gelukkig zijn omdat we weten wat het betekent om ongelukkig te zijn.

Dit heeft belangrijke conesequenties voor het vegetarisme. Binnen een christelijke ethiek is niet het lijden maar het geweld te vermijden. Een utilitarist kan zich in volle ernst afvragen of je moet ingrijpen als je een leeuw een antilope ziet achtervolgen. Binnen een christelijke ethiek is dit een onzinnige vraag. Immers, de leeuw heeft niet dezelfde morele vrijheid als een mens. Een leeuw volgt zijn natuur, het is een vleeseter en het is onvermijdelijk dat er ooit een antilope gedood zal worden. De mens kan zich altijd de vraag stellen of hij vlees mag eten als hij weet dat het ook niet hoeft. We kunnen dus gemakkelijk tegen onze natuur als alleseter ingaan zo lang we onze eigen gezondheid niet schaden. En met een vegetarisch dieet bestaat daar geen gevaar voor.

Christelijke argumenten voor vegetarisme
Wat zijn de belangrijkste overwegingen voor een christen om vegetariër te worden? Ik wil even de ecologische en ethische argumenten achter ons laten en kijken wat er op strikt spiritueel niveau leeft.

De profeet Jesaja schetst een toekomstbeeld waar ‘het kind bij het nest van de adder speelt en de panter zal naast het geitje liggen’. In het boek Genesis (Gen 1: 29-30) wordt er vertelt dat bij de schepping dieren enkel planten eten en mensen enkel de zaden en vruchten van de planten. Dit scheppingsverhaal is in de katholieke traditie ook de eerste lezing van het Paasfeest. Het evangelie van Johannes onderschrijft dat niet alleen de mens maar de hele schepping in  teken van Jezus’ komst staat (Joh 1: 1-3). Doorheen de hele joods-christelijke traditie zien we dus dat het goddelijke Liefde zich niet beperkt tot de mens, maar de gehele schepping vervult.

De natuur is vindplaats en metafoor voor Gods wil. Augustinus van Hippo herinnerde de theologen eraan dat God ons twee boeken had gegeven: de bijbel en de natuur. Een goed theoloog interpreteert beiden. Hierbij sluit hij aan op de evangelies en het boek Openbaringen. In de parabels gebruikt Jezus regelmatig beelden uit de natuur, terwijl Openbaringen in een visioen de tijdelijke wereld als metafoor voor het eeuwige onthult. Hugo van Sint-Victor, theoloog en mysticus, zal schrijven in de 12e eeuw schrijven dat de mens is geschapen ‘met God boven zich en de wereld onder zich. Het was noodzakelijk dat de zichtbare wereld op deze wijze werd geordend, opdat de mens uitwendig zou ontdekken welk onzichtbaar goed hij inwendig moest zoeken.’ (Uit: De drie dagen van het onzichtbare licht).

Voedsel is heilig. In het Onze Vader bidden christenen om het dagelijkse brood, en het breken en delen van brood is een belangrijk ritueel voor de meeste christenen. We zien Jezus regelmatig de maaltijd delen met zijn volgelingen. Voedsel heeft een sociale en spirituele betekenis. Voedsel kan menselijke en/of ecologische relaties breken of helen. Het is maar aan ons om te kiezen wat we doen. Door bewust om te gaan met voedsel maken we voedsel tot wat het behoort te zijn. En op dezelfde wijze maken we hiermee onszelf tot wat wij behoren te zijn. Je bent wat je eet.

En vanuit quaker perspectief? 
Voedsel heeft altijd een bijzondere aandacht gekregen in de quakertraditie. De eerste quakers waren sterk beïnvloed door het puritanisme. Voor heel lange tijd was het taboe om alcohol te drinken. Dit had ook een ethische insteek als je beseft dat alcohol het gebruik van geweld sterk doet toenemen. In de 18e eeuw namen figuren als John Woolman en Benjamin Lay het voortouw in de anti-slavernijbeweging door voedsel te weigeren dat door een slaaf is klaargemaakt. In de 19e eeuw werd het mooie Anti-Slavery Alphabet gedrukt waar lagere schoolkinderen gevraagd werd snoepjes te weigeren die door slaven zijn gemaakt. Begin 20ste eeuw zal de Cadbury-familie er actief op toezien dat er geen slavernij of onderbetaalde arbeid plaatsvond op de plantages van hun toeleveranciers van cacao.

Voor de quakers is het christelijk geloof niet te vatten in regels, kalenders of rituelen. Geloof is wat je doet in je dagelijkse leven. Het is een inspiratie, een filosofie en een levenswijze. Op dagelijkse basis kan je getuigen van wat jouw beweegt en inspireert. Ik ben heel blij te zien dat Friends House in Londen bijzondere aandacht schenkt aan vegetarisch en fair trade gerechten. En het is heel attent dat op bijeenkomsten er altijd wel een vegetarisch alternatief te verkrijgen is. En hopelijk zullen er meer vrienden ervan overtuigd geraken om de consumptie van vlees te minderen.

Voor mij persoonlijk stopt het niet bij vegetarisch eten. Ondertussen is het vegetarisme een gewoonte geworden. En de vasten is voor mij echt een oefening geworden om een betere versie van mezelf te vinden. Aandacht voor je voedsel vraagt ook aandacht voor het milieu en de arbeidsomstandigheden waar dat voedsel uit voorkomt. Het laat je niet alleen nadenken over milieu in het zuiden maar ook over de boeren in het noorden. Het welzijn van dier en milieu sluit het welzijn van mensen niet uit. Alles hangt met alles samen, zowel ecologisch als economisch. De getuigenissen van een John Woolman en een Benjamin Nay inspireren me om dat grotere plaatje te zien, en om te beseffen dat ik ook een steentje hierin heb bij te dragen.

Een joodse spreuk zou zeggen: ‘het stuk wereld dat je kan veranderen, is exact twee armlengtes groot.’ Maar binnen die armlengte kan ik gemakkelijk uitreiken naar andere armlengtes. Dat is de overtuiging achter de quaker getuigenis. Met dit kleine schrijven hoop ik jullie een beetje te openen voor inspiratie. Doe als ik, begin met kleine stapjes. Laat je eventueel leiden door een routine of kalender. Als het je helpt om vooruitgang te maken, dan is het zeker goed. Luister naar jezelf en je eigen draagkracht. En sta ook open voor de uitdagingen die je krijgt vanuit de stilte, de inspiratie en innerlijke stem. Laat de moed niet zakken en wees mild als je niet aan je eigen hoge verwachtingen voldoet. Beter inconsequent goed dan consequent slecht.

En nu ben ik eigenlijk nieuwsgierig naar jullie eigen ervaringen. Op welke manier gaan jullie bewust om met voedsel? En heeft dat voor jullie ook een spirituele betekenis?

Standard
Spiritualiteit, waarheid

Christelijk geloof als filosofie (deel 1)

Religies verbinden door verhalen en rituelen. Ze geven voorschriften voor het leven en symbolen om identiteit te creëren. Filosofieën zijn theorieën die het leven proberen te verstaan. Als de filosoof zich inlaat met vragen over goed en kwaad, kan er een praktijk uit voortkomen. Maar meestal drukt hij of zij dit niet uit met symbolen, en voelt hij zich enkel geestelijk verbonden met gelijkdenkenden. De westerse mens voelt zich veel gemakkelijker bij het begrip filosofie dan religie. De eerste wordt met vrij dialoog geassocieerd, terwijl de laatste aan identiteit en autoriteit is verbonden. Veel heeft te maken met onze eigen westerse, christelijke geschiedenis.

Reformatie en Ultrareformatie

In de 16e eeuw formuleerden Maarten Luther en Johannes Calvijn de beginselen van de Reformatie. De rijke roomse liturgie moest het afleggen tegen het protestantse Woord waarbij de thema’s van zonde en moraal centraal kwamen te staan. Theologische debatten zouden voor enkele honderden jaren het religieuze leven domineren. Geloof zou vanaf nu gelijk staan aan theologische kennis en moraal. Dit ging echter nog steeds gepaard met de autoriteit die de kerk toen had.

Binnen de schoot van de Reformatie wilden sommige gelovigen de hervormingen nog verder door voeren. Zij droomden van een gewetenskerk, een kerk waarvan de leden als volwassenen bewust kiezen voor het geloof. Anabaptisten, mennonieten, quakers zouden hiermee de ‘Ultrareformatie’ vormen. Zij legden een nieuwe dimensie in ons verstaan van het fenomeen godsdienst, nl. dat van een bewuste levenskeuze.

De christen als filosoof

Samen met de secularisatie hebben deze historische ontwikkelingen, die ik hier zéér kort door de bocht schets, ertoe geleid dat mensen andere verwachtingen hebben tegenover zingeving. Traditie en identiteit staan niet meer centraal, maar wel inzicht in het leven en de mogelijkheid om zelf bewuste levenskeuzes te maken. Filosofieën zijn in daarom veel aantrekkelijker dan religies. Binnen de Ultrareformatie wordt geloof als een bewuste keuze ervaren en als een alledaagse levenspraktijk beleefd.  De Ultrareformatie sluit hiermee bijzonder dicht aan bij wat we nu ‘levensfilosofie’ noemen. In deze volgende reeks wil ik uit deze rijkdom putten om het christelijk geloof als filosofie te presenteren. Met quakers gaan we op zoek naar bronnen van persoonlijke groei en verbondenheid, kijken we naar de waarde van opvoeding en gemeenschap, denken we na over de kleren die we dragen, en samen met Amish en Shakers kijken we naar de plaats die technologie in ons leven inneemt.

En hoe versta jij het verschil tussen religie en filosofie? Is een christelijke filosofie volgens jou mogelijk?

Standard
Eenvoud, gelijkheid, geweldloosheid, waarheid

Renke Meuwese: een vriend in Calais

Dag Renke. Van harte welkom op onze blog. Vertel misschien eerst iets voer jezelf. Wie ben je en waar kom je vandaan?

            Ik kom oorspronkelijk uit Groningen in Nederland. Ik heb in Utrecht Geschiedenis gestudeerd, en ben enige jaren geschiedenisdocent geweest. Als vrijwilliger heb ik in Utrecht ook voor dak- en thuislozen gewerkt. Ik ben lid van de Nederlandse Jaarvergadering van de Quakers, en schrijver geweest van de Jonge Vrienden van Europa en het Midden Oosten (EMEYF).

 

Jij bent in 2015 naar Calais getrokken om er als voltijds vrijwilliger te werken. Kan je ons iets meer vertellen over je motivatie en hoe je tot dat besluit bent gekomen?

            In de vroege zomer van 2015 was ik bij een Quaker wijdingssamenkomst in Zuid-Frankrijk. In een groepsgesprek achteraf over onze waarden in de praktijk opperde ik: als we in gelijkheid en vrede geloven, waarom zijn we dan niet in Zuid-Italië of Griekenland om de bootvluchtelingen te helpen? Een andere aanwezige Vriend opperde toen dat mensen verschillende roepingen hadden. Dat wekte iets op in mij, ik begon me af te vragen of ik hier de tijd, energie en vaardigheden voor had. Maar ik zag het eigenlijk niet zitten om in een onduidelijke situatie in Zuid-Italië of Griekenland te werken, terwijl ik weinig Italiaans en geen Grieks spreek. Toen ontdekte ik via een serie video-rapportages van de Engelse krant The Guardian dat er zo’n 3000 vluchtelingen in Calais bivakkeerden. Ik zocht op hoeveel inwoners Calais heeft, dat zijn er zo’n 80.000. En ik vergeleek de omvang van het aantal vluchtelingen in Calais met het aantal daklozen in Utrecht, en kwam tot de conclusie dat een stad van die omvang niet zomaar de vrijwilligerscapaciteit kon hebben om adequaat voor deze mensen te zorgen.

Vervolgens ben ik gaan Googlen naar hulporganisaties in Calais. Dat leverde niet zoveel op, alleen een link naar een facebookgroep: “Calais Migrant Solidarity (No Borders)”. Deze groep groeide destijds onvoorstelbaar snel: duizenden, later tienduizenden mensen wilden op een concrete manier de vluchtelingen in Calais helpen. Aangezien deze groep eigenlijk gemaakt was om politieke actie te organiseren, is er later een tweede groep gemaakt om de materiële hulp te organiseren, met de uiteindelijk nogal ingewikkelde naam “Calais People to People Solidarity – Action from the UK”. Ik ben ook enige tijd één van de admins van deze groep geweest.

Via de facebookgroepen kwam ik in contact met de Calaisiaanse Association Salam, met wie ik mijn eerste week in Calais werkte. Maar al gauw kwam ik tot de conclusie dat de voltijds vrijwilligers van Salam volledig opgebrand waren, en niet meer in staat waren om hun kennis over te dragen of te overleggen. Ik ben toen op eigen initiatief met mensen van de facebookgroepen en anderen die ik toevallig in het kamp tegen kwam afval in het kamp gaan opruimen. Daarna kwam ik in contact met de oprichters van Help Refugees, en heb hen geholpen om belangrijke contacten met reeds aanwezige vrijwilligers en vluchtelingen te maken. Daarna heb ik in hun pakhuis gewerkt, eerst als hoofd kledingsortering, en later als donatie coordinator.

Wie zijn de ‘transitmigranten’ van Calais?

Tot eind October 2016, toen het kamp ontruimd werd, waren er zo’n 10.000 vluchtelingen in Calais. Zo’n 40% van hen kwam uit Afghanistan en ook zo’n 40% uit Soedan/Zuid-Soedan. Zo’n 10% kwam uit Eritrea/Ethiopië. De rest kwam uit allerlei landen: Koeweit, Irak, Syrië, Pakistan, Iran… Eigenlijk waren deze mensen van alle leeftijden, met een opmerkelijk grote groep, zo’n 1000 op het hoogtepunt, alleenstaande minderjarigen. Afghanen en Soedanezen waren in overweldigende meerderheid man, de vluchtelingen uit Eritrea en Ethiopië ongeveer evenveel mannen als vrouwen.

Veel van deze mensen waren in hun land van oorsprong relatief welvarend en opgeleid: dat moet wel om de kosten van het vervoer en de smokkel richting Europa te kunnen betalen.

De meeste mensen hebben nog maar recent van Calais gehoord, maar hoe lang is dit al gaande?

Calais is natuurlijk al heel lang een plek waar vluchtelingen langs komen. De recente geschiedenis ervan begon in 1998, toen vluchtelingen van de Kosovo-oorlog probeerden in het Verenigd Koninkrijk te komen. In Calais zijn de vluchtelingen dan ook tot ver in het vorige decennium “Kosovars” genoemd.

Tot 2005 had het Rode Kruis in Sangatte, even buiten Calais, een officiele opvang. Die werd de Britten en de Fransen te groot, en dus sloten zij een deal met het Rode Kruis: alle vluchtelingen die op dat moment aanwezig waren in het kamp konden kiezen tussen Groot-Britannië en Frankrijk, waar zij dan heen vervoerd zouden worden. Daarna werd het kamp gesloten.

Sindsdien zijn er meer en minder openlijk getolereerde, maar altijd onofficiële kampen geweest. Per 1 April 2015 was er “de Jungle”, het bekendste kamp. De oorsprong daarvan ligt bij de Franse authoriteiten: zij openden vlak naast de Jungle een dagverblijf waar ook maaltijden, douches en telefoonoplaadpunten waren. Daarnaast vertelde de politie vluchtelingen die ze in Calais en omstreken vonden dat ze in het braakliggende land van “de Jungle” niet door hen lastig gevallen zouden worden met traangas, een belofte die zo’n zes maanden stand hield.

Hoe gaan de Franse en Europese overheid om met deze mensen?

De Franse staat zet al jaren pelotons CRS in, de oproerpolitie, vergelijkbaar met de Directie Openbare Veiligheid. De pelotons komen uit het hele land en verblijven elk voor enige maanden in Calais. De mentaliteit van de eenheden verschilt enorm, maar een aantal technieken wordt door allemaal gebruikt. Zo is het confisceren van de schoenen van vluchtelingen standaard, hoewel daar geen procedure voor bestaat. Daarnaast wordt er erg veel traangas en pepperspray gebruikt: een voormalig hoofd van de politie in Calais bevestigde dat er in Calais tien keer zoveel traangas gebruikt wordt als in Parijs. Human Rights Watch bracht afgelopen zomer een rapport uit waarin stond dat de Franse politie stelselmatig slapende vluchtelingen met traangas bestookte. Dit is uiteraard compleet tegenstrijdig met waar traangas voor gebruikt zou moeten worden: het uit elkaar drijven van aggressieve menigtes. De Franse staat heeft daarop een eigen officieel onderzoek uitgevoerd dat de conclusies van HRW volledig bevestigde. Er lijken weinig concrete consequenties aan verbonden te worden.

Op dit moment worden vluchtelingen uit Afghanistan, Eritrea, en Soedan op grote schaal gedeporteerd naar land van herkomst, of soms het land van vermeende herkomst. Zo heeft de EU begin oktober 2016 een akkoord met Afghanistan getekend waarmee Afghanistan accepteert dat mogelijk honderdduizenden Afghanen terug naar Afghanistan worden vervoerd. Dit kunnen nu ook alleenstaande minderjarigen zijn, waarvan het de bedoeling is dat zij met Europees geld in Afghanistan in een internaat verblijven. De UNHCR wijst deportaties naar Afghanistan af, omdat er eigenlijk geen veilige delen van het land zijn.

De ‘transitmigranten’ van Calais, zijn het vluchtelingen of gelukszoekers?

Vrijwel iedereen komt uit een onvoorstelbaar gevaarlijke of uitzichtloze situatie. De Soedanezen en Afghanen komen uit landen die al decennia verscheurd zijn door oorlogen. Voor een vrij groot deel van de Soedanezen geldt dat ze al een keer eerder gevlucht waren: naar Libië, waar ze sinds de val van Ghadaffi niet meer veilig zijn. In Eritrea en Ethiopië is de oorlog maar een marginaal verschijnsel (officieel zijn beide landen nog steeds in oorlog met elkaar), maar is die wel het excuus tot een harde dictatuur. In Eritrea is er een onbeperkte burgerlijke dienstplicht, waarin mensen decennia lang beloofd wordt dat ze echt bijna vrij zijn, maar ondertussen voor een hongerloon verplicht door moeten werken. In Ethiopië wordt de Oromo bevolkingsgroep van hun land verjaagd en kan elke Oromo die daar moeilijk over doet het met zijn leven bekopen.

Maar de negatieve lading aan “gelukzoekers” is wat mij betreft onterecht. Iedereen, ongeacht oorsprong of levensverhaal, is op zoek naar geluk. Heel weinig vluchtelingen zijn alleen maar op de vlucht ergens vandaan. Om de vlucht dragelijk en de moeite waard te maken moeten ze ook ergens naartoe vluchten. Velen idealiseren het Verenigd Koninkrijk dankzij BBC World Service en de koloniale erfenis. En ze maken een ontstellend negatieve kant van Italië en Frankrijk mee, dus het is geen wonder dat ze daar niet willen blijven.

En jij bent dan naar Calais gegaan. Hoe is je verblijf daar verlopen?

In eerste instantie kwam ik steeds voor maar een paar weken. Maar aangezien veel andere vrijwilligers er maar voor een weekend waren, was mijn ervaring al snel erg waardevol en ik kwam dus weer terug. Het was ook erg moeilijk om thuis te zitten en het nieuws uit Calais, maar ook uit Griekenland, Italië, Servië en andere landen te lezen.

Ik heb geholpen om Help Refugees in contact te krijgen met de Calaisiaanse organisatie Auberge des Migrants. Samen hebben zij toen een pakhuis gehuurd, waar later ook Refugee Community Kitchen, Calais Kitchens, Calais Woodyard en Utopia 56 ondergebracht werden. Ik legde mij al snel toe op de sortering van de kleding. Iets waar ik eigenlijk weinig ervaring mee had, maar het leiden van teams en het dagelijks trainen van nieuwe mensen ging mij wel goed af. Het was fijn om een duidelijke functie te hebben en om andere vrijwilligers te helpen om een nuttige bijdrage te leveren, al waren ze er misschien maar een dag.

Later ben ik gevraagd om de correspondentie met inkomende donateurs van goederen en cash af te handelen, als zogenaamde donations coordinator. Ook een erg leuke functie: het is mooi om te merken hoe blij je mensen kunt maken door hen uit te leggen hoe ze je kunnen helpen.

In October 2016 is het kamp afgebroken en zijn de vluchtelingen voor een groot deel per bus naar andere delen van Frankrijk vervoerd. Terwijl dat gebeurde brak er brand uit, en verklaarden alle Franse authoriteiten dat de ontruiming onverwacht vroeg af was, wat de internationale media letterlijk overnamen. Dit was niet waar, er waren nog duizenden mensen in het brandende kamp. Ik heb toen contact opgenomen met Nederlandse media, waar ik al eerder door geïnterview was (zowel RTL als de NOS), en heb toen bij beiden opgehelderd dat het probleem allerminst opgelost was. In de week daarna zijn 1500 minderjarigen in barakken gehouden tussen de smeulende resten van het kamp, met één officiële maaltijd per dag en geen begeleiders behalve CRS en beveiligingspersoneel, die ‘s nachts niet eens aanwezig waren. Misdadige nalatigheid die niet door overmacht verklaard kan worden, omdat het probleem slechts zo acuut was door de (vooraf door alle NGO’s afgeraden) zeer snelle ontruiming.

Als vrijwilligers brachtten we veel tijd met elkaar door. Het is een soort familie geworden die ik nooit zal vergeten. Verschillende collega’s hebben liederen en gedichten over onze ervaringen geschreven en er is een film in de maak, On our Doorstep. Al met al een ervaring die mijn leven vele malen rijker heeft gemaakt.

Zijn er veel vrijwilligers in Calais? Welke organisaties zijn hierbij betrokken en welk soort werk verrichten ze?

Er zijn nu tussen de 50 en 100 vrijwilligers in Calais, aanzienlijk minder dan in 2016. Hoewel het aantal vluchtelingen nu veel kleiner is dan toen, nog zo’n 1500, is de nood relatief groot omdat de politie hen en hun spullen geen dag met rust laat. Refugee Community Kitchen kookt elke dag maaltijden en levert drinkwater. Help Refugees en Utopia 56 distribueren kleding, hygiëne artikelen en slaapzakken. Refugee Youth Service informeert de alleenstaande minderjarige vluchtelingen over hun wettelijke rechten en hun alternatieven voor de extreem gevaarlijke overtocht naar Dover.

Waarom zouden quakers betrokken moeten zijn bij de vluchtelingenproblematiek?

            Quakerwaarden van gelijkheid en vrede leiden ons naar de medemens die onderdrukt wordt, om hen bij te staan. En de Quakerwaarde van eenvoud leidt ons ertoe om luxe op te geven en basale levensbehoeften van anderen te voorzien. Het leven als vrijwilliger in Calais is erg eenvoudig: je eet hetzelfde als de vluchtelingen, en slaapt doorgaans in een stacaravan met je collega’s.

Een laatste vraag: welke boodschap wil jij uitdragen naar de wereld?

Blijf met mensen in je omgeving in gesprek over moeilijke onderwerpen. En als je denkt dat anderen bevooroordeeld zijn en je vindt dat heel erg, zorg er dan voor dat je zelf niet spreekt vanuit je eigen vooroordeel, maar uit ervaring. Zoek de mensen waar je in je uitspraken zo om geeft op, zodat je je familie, buren en collega’s niet toespreekt vanuit evenveel onwetendheid als zij hebben.

Standard
Spiritualiteit, verbondenheid

De taal van cirkels (deel 2)

Elke week zat ze in onze kring. Ze kwam regelmatiger dan ik naar de bijeenkomsten. Op een dag was ze naar binnen gestapt. Een jonge vrouw. Een studente, vermoedde ik. Wat meer op haarzelf gekeerd. Het duurde even voordat ze haar verhaal begon te doen. Na elke bijeenkomst houden we een kop koffie klaar, zodat we wat kunnen bijpraten. De innerlijke mens heeft ook wat verwarming nodig, niet waar? En bij een kop koffie vertelde ze wat over zichzelf, met mondjes mate.

Tot op een dag dat ze tijdens in de cirkel recht stond, en van de stilte gebruik maakte om te spreken. Ik weet niet meer hoe ze het verwoordde. Maar het werd duidelijk dat ze heel wat op een rijtje te zetten had. Een aantal personen in haar directe omgeving hadden kanker gekregen, waarvan enkelen terminaal. Dat is veel om te verwerken. En op zoek naar zingeving, had ze de quakerbijeenkomst gevonden. Nu stond ze recht om haar verhaal te delen. Ze deed het rustig, sereen. Iedereen voelde dat ze haar antwoord had gevonden. Na die dag hebben we haar niet meer terug gezien.

Wat mij betreft, is deze herinnering de mooiste illustratie van wat een quakercirkel kan betekenen. Er zijn geen verwachtingen, enkel openheid. Stilte is als een diepe put waarin je je zorgen kan werpen, een geestelijke branding waar je eens goed tegen kan roepen, een bron waaruit je kracht kan putten. Als dat veilige gevoel van ont-moeten verdwijnt, is elke vorm van spiritualiteit en zingeving vergeefs. Het is goed om in een rusteloos leven een veilige haven te vinden. Ook al is het maar tijdelijk.

Standard
Jezelf, Spiritualiteit, waarheid

Moet je als quaker in God geloven?

Moet je als quaker in God geloven? Eigenlijk moet ik er dringend een kort antwoord op vinden. Want als zo veel met het quakerisme, kan je er niet zo maar ja of neen op antwoorden. Ik zal proberen om een kort overzicht te geven voor het quakerisme als beweging, en daarna een persoonlijk antwoord formuleren.

Net als het soefisme in de islam, is het quakerisme een mystieke stroming die doorheen de verschillende denominaties beweegt. Hierdoor vind je ook alle mogelijke opvattingen over God terug in de wereldwijde quakerbeweging. Aan het ene uiterste staan de evangelical quakers, die net als andere evangelicals bijbelvast geloven en een heel orthodox godsbeeld hebben. Aan het andere uiterste van het spectrum staan de nontheist quakers. Zij geloven niet in God, maar willen spiritualiteit wel een plaats in hun leven geven. En daar tussenin bevindt zich een héél spectrum aan traditionele christenen, new age-spiritualiteit, tot zelfs moslims en joden. Wat ze allemaal gemeen hebben, is dat in het quakerisme de persoonlijke beleving centraal staat. Voor de liberal quaker is dat de meest persoonlijke ervaring van God, het Hogere, het Inwaardse Licht, de Stilte, …, voor een evangelical quaker is dat de persoonlijke ervaring van Jezus.

Voor mij persoonlijk is het een hele verrijking dat al deze persoonlijke ervaringen naast elkaar mogen bestaan. Persoonlijk ben ik een zeer rationeel, en kan ik de beleveniswereld van de atheïst zeer goed begrijpen. Net als Klaas Hendrikse noem ik mezelf graag ‘een atheïst die gelooft in God’. Hoewel dat contradictorisch klinkt, voel ik me zeer thuis in die paradox. Maar dit is mijn persoonlijke visie, en die hoeft niet per se te corresponderen met dat van andere quakers. In de Brusselse meeting kan ik bijv. bijzonder genieten van Ann. Zij is een oudere vrouw, oorspronkelijk van Californië afkomstig. In haar spiritualiteit beantwoordt ze aan alles wat je bij een jaren ’68 hippiemeid kan voorstellen. Maar ze beleeft het op een zeer authentieke manier, en daarom ook zeer verrijkend. Of neem Jan, die in een Jehovahgezin is opgegroeid en nooit een hoger diploma heeft behaald, maar waarschijnlijk iedere theoloog onder tafel praat. Of Babs en Dirk, die beiden zeer actief zijn in de katholieke kerk, christelijke meditatiegroepen en retraites. Allemaal hebben ze een godsbeeld dat tegelijk veraf en dichtbij staat bij mijn belevenissen.

En dat vind ik dus bijzonder verrijkend aan de quakerbeweging. Dat er verschillende visies naast elkaar mogen bestaan en van elkaar mogen leren. Wat is jouw persoonlijke visie? Heb jij een persoonlijke idee van God, of wil je juist als atheïst vorm geven aan je spiritualiteit? Deel het gerust in je commentaar. Ik kijk uit naar jullie reacties!

Standard